terug

Zes knelpunten voor freelancers die het kabinet nu echt moet oplossen

Zes knelpunten voor freelancers die het kabinet nu echt moet oplossen

Nog steeds vallen veel zzp’ers en flexwerkers in de theatersector bij de generieke steunmaatregelen tussen wal en schip, ondanks de laatste aanpassingen op het derde steunpakket. Nu de zalen opnieuw sluiten, wordt de situatie voor hen wel heel nijpend.

Zes zaken die volgens de Kunstenbond en de Taskforce culturele en creatieve sector nu echt dringend geregeld moeten worden:

1. Stop partnertoets bij de Tozo.
De ‘Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers’ zorgt nu alleen nog voor een aanvullende uitkering als het huishoudinkomen door de coronacrisis tot onder het sociaal minimum (rond 1500 euro) daalt. Je partnerinkomen bepaalt dus of je nog recht heb op de Tozo of niet. Verdient je partner meer dan het sociaal minimum, dan val je terug op zijn of haar inkomen. Als beide partners dus zzp’er zijn in de theatersector – wat nogal vaak voorkomt – en hun inkomsten verliezen, is het bestaansminimum de maximale uitkering.

2. Laat bijverdiensten toe bij de Tozo.
Bijverdiensten naast de Tozo worden nu verrekend tot het sociaal minimum. Dat is niet alleen een slechte stimulans om toch aan het werk te blijven, het maakt het voor velen ook onmogelijk om het pre-corona inkomen te bereiken en de daarbij horende vaste lasten te blijven betalen. Een mogelijke oplossing zou een overbruggingsregeling kunnen zijn, zoals de huidige startersregeling voor zzp’ers van het UWV om vanuit de WW een bedrijf te starten. Dan ontvang je 6 maanden het sociaal minimum, en mag je meer verdienen zonder gekort te worden. Het zou zzp’ers ook beter in de gelegenheid stellen hun verdienmodel aan te passen en te anticiperen op een veranderende toekomstige beroepspraktijk.

3. Versoepel de wekeneis van de WW.
Werkenden die geen vaste aanstelling hebben en bij de belastingdienst niet als ondernemer staan geregistreerd, zoals oproep- en uitzendkrachten, hebben nu vaak het nakijken. Als ze door de crisis minimaal de helft van hun inkomsten zijn kwijtgeraakt, moeten ze voor een uitkering voldoen aan de zogenaamde ‘referte-eis’. In de voorbije 36 kalenderweken moet de flexwerker ten minste 26 kalenderweken hebben gewerkt.

Onder deze groep vallen onder meer acteurs die nu gebruikmaken van de Artiestenregeling. Ze zijn hun werk in deze coronacrisis vaak volledig kwijt en hebben daardoor geen inkomen. Maar vaak voldoen ze niet aan de referte-eis van 26 uit 36 weken werken. Optredens zijn kortdurend en seizoensgebonden. Acteurs met WW zien het einde van de WW-periode in zicht komen.

4. Zorg voor een vangnet voor wie buiten bestaande regelingen valt.
Sommige werkenden maken nu geen enkele kans op coronasteun. Ze hebben geen WW-rechten of voldoen als zzp’er niet aan de Tozo-eisen, bijvoorbeeld omdat ze de vereiste werkuren als zzp’er niet halen (1225 uur). Voor hen rest nu alleen nog de Participatiewet (bijstand). Dit gebeurt onder meer bij mensen die werk combineren, bijvoorbeeld een horecabijbaan naast acteerwerk. Voor hen zou een vangnetregeling opgezet moeten worden.

5. Schrap bij de TVL de eis van gescheiden privé- en werkadres.
Zzp’ers kunnen een subsidie aanvragen om hun vaste bedrijfslasten te betalen (de TVL). Daarvoor is nu een gescheiden woon-werk-adres verplicht, terwijl dat voor kleine ondernemers in de theatersector helemaal geen relevant criterium is. Decorontwerpers bijvoorbeeld hebben vaak geen eigen kantoor of werken op verschillende locaties, maar hebben wel vaste kosten voor bijvoorbeeld opslag van werken of apparatuur.

6. Schrap bij de TVL de 3000 euro-norm
Voor de subsidie voor vaste bedrijfslasten, moet je tevens minimaal 3.000 euro vaste lasten hebben in 3 maanden, 1.000 euro per maand dus. Als je alleen een opslag huurt of een busje hebt, kom je daar vaak niet aan.

Dinsdag 10 november stemt de Tweede Kamer over de moties, die ingediend werden bij het debat over de aanpassingen in het derde generieke steunpakket. 

 

Bron: De Theaterkrant

Beeld: Unsplashed

Reageer