terug

Rek in generieke maatregelen: dit is nodig voor de cultuursector

Rek in generieke maatregelen: dit is nodig voor de cultuursector

Generieke noodsteun van het kabinet moet de bevolking door de coronamaatregelen heen helpen. Helaas vallen er groepen werkenden in onze sector structureel buiten de boot. De kloof tussen hen die wel en niet op steun kunnen rekenen wordt naar mate de crisismaanden vorderen steeds zorgwekkender. 

Waarom blijkt er uit het beleid van dit kabinet zo weinig begrip en coulance voor kleine onderenemers en voor de mensen die normaliter flexibel inzetbaar zijn waar onze economie ze het hardst nodig heeft?   

Kunstenbond heeft sinds de invoering van de generieke noodsteun in maart al verschillende aanpassingen voor elkaar gekregen. Sommige maatregelen sluiten steeds beter aan bij een grotere groep mensen, maar we zijn er nog lang niet. Uit verschillende kleine aanpassingen blijkt echter dat er nog rek zit in de generieke maatregelen, wij zetten nog wat broodnodige verbeterpunten onder elkaar. 

Beeld: Jungwoo Hong voor Unsplash

Diepe kloof met mensen in vaste loondienst 

De inkomenspositie van zzp'ers en oproepkrachten in deze crisistijd is zeer benard als je deze vergelijkt met die van mensen in vaste loondienst. Werkgevers worden al sinds maart gecompenseerd voor loonkosten en kunnen het personeel aanhouden op kosten van de overheid. Dat betekent dat de meeste mensen in vaste dienst nauwelijks inkomen hoeven in te leveren. Nou heeft de Kunstenbond op dat laatste uiteraard helemaal niets tegen, maar we willen dat iedereen die werkt gelijk behandeld wordt. 

Het is erg schrijnend dat het kabinet zo veel meer waarde hecht aan grote bedrijven dan aan kleine ondernemingen. Met de miljarden die het kabinet in één enkele multinational pompt, nog bovenop de generieke maatregelen die het loon van werknemers veilig stellen, kunnen alle zzp'ers en oproepkrachten in de culturele en creatieve sector makkelijk nog een paar coronawinters door.

Waarom blijkt uit het crisisbeleid van de overheid zo weinig respect voor kleine ondernemers en voor de mensen die flexibel inzetbaar zijn? Flexibiliteit wordt in ons ondernemende land gekoesterd en gestimuleerd door onze regering. Een eigenschap die we normaliter dolgraag inzetten op de plekken en momenten dat het onze samenleving het best uit komt, blijkt in crisistijd een strop voor degene die zich zo heeft opgesteld. 

Oproepkrachten totaal vergeten 

Werkenden die geen vaste aanstelling hebben en bij de belastingdienst niet als ondernemer staan geregistreerd hebben nu het nakijken. In de creatieve en culturele sector, en bijvoorbeeld ook in de horeca, komen veel flexibele of tijdelijke contracten voor. Mensen met zo'n contract zijn voor hun inkomsten vaak afhankelijk van seizoenswerk. In tijden van crisis blijven de gebruikelijke pieken uit, er wordt er veel minder gebruik gemaakt van oproepkrachten. 

De regeling 'tijdelijk overbrugging flexibele arbeid' (tofa) die in het eerste steunpakket onder druk van Kunstenbond en de Creatieve Coalitie werd toegevoegd was onderdeel van het tweede generieke steunpakket, maar is in het huidige derde pakket volledig verdwenen. Er is niets voor in de plaats gekomen. 

Een versoepeling van de wekeneis van de WW zou een oplossing kunnen zijn voor de oproepkrachten die buiten de boot vallen. Deze coulance is er wel voor jongeren tot 27 jaar die zonder werk thuis zitten. 


Bijstand zzp'ers is hardnekkige miskenning positie zelfstandigen

Kunstenbond pleit ervoor dat de uitkering voor zzp'ers niet langer wordt gezien als aanvulling tot het sociaal minimum. Op dit moment wordt elke bijverdienste afgestraft met bureaucratie en naheffingen. Dat leidt tot verlamming, want een naheffing is de genadeklap wanneer je nauwelijks inkomsten hebt. Zzp'ers moeten juist gestimuleerd worden om aan het werk te blijven. Nu er nauwelijks werk is kunnen ondernemers zelf werk creeëren. Laat zzp'ers ondernemen, nieuwe initiatieven nemen, laat ze verder denken dan corona. Als daar een projectgage of vrijwiligersvergoeding tegenover staat dan is dat alleen maar mooi meegenomen, voor de betrokkenen én voor de economie. 

Daarnaast is tozo een crime voor tweeverdieners. Tozo 3 heeft, net als haar voorganger, een partnertoets in de criteria opgenomen. Als het gezamenlijk inkomen van twee partners boven het sociaal minimum (rond 1500 euro) uitkomt, dan maakt niemand in dat huishouden aanspraak op tozo. Als beide partners zzp'er zijn in een door overheidsmaatregelen getroffen sector is het bestaansminimum de maximale uitkering. Ongeacht de omzet die een zelfstandige normaliter draait per maand.

Eerlijk is eerlijk: als je niet in een sociale huurwoning woont, dan is het leven in Nederland veel te duur om van dit bestaansminimum een boterham voor je gezin te beleggen. Schulden stapelen zich op. Pensioenvoorzieningen worden aangeboord om vandaag boodschappen te doen. Veel zzp'ers die hun zaken vóór corona goed geregeld hadden en geld opzij zetten voor de oude dag, teren nu in op hun reserves. Serieuze ondernemers die nu vanwege overheidsmaatregelen niet kunnen werken moeten straks, ná corona, alles weer opnieuw opbouwen.   

Daarom moet tozo af van de partnertoets en beschikbaar zijn voor alle zzp'ers in een huishouden. En tozo moet ingezet worden als stimulerende regeling waar bijverdiensten niet worden afgestraft. Lees hier meer over tozo als stimulans. 


TVL iets verruimd maar ontoereikend voor culturele ondernemers

Er zijn nu meer ondernemers die gebruik kunnen maken van TVL. Na maanden van losse SBI codes toevoegen, staat de regeling dit kwartaal open voor alle bedrijven. Echter het specifieke soort bedrijven waar de cultuurketen mee te maken heeft valt vaak nog buiten de boot vanwege het niet gescheiden woon-werk-adres. Dit ontbreekt vaak bij kleine ondernemers die hun werk op lokatie doen. Die gebruiken geen eigen kantoor, maar hebben wel vaste kosten voor bijvoorbeeld opslag van werken of apparatuur. 

Het gescheiden woon-werkadres is geen relevant criterium voor ondernemers in de culturele sector. Dat criterium moet uit de voorwaarden als het kabinet aansluiting wil vinden bij de creatieve professional. Daarnaast moet de SBI code voor scheppende kunst en schrijvers permanent worden toegevoegd.  

Unieke sector van groot economisch en maatschappelijk belang 

Als het kabinet zich echt in de cijfers verdiept dan kan men er niet omheen dat de culturele en creatieve sector grote economische waarde heeft. Ook kan men er niet omheen dat de sector grotendeels drijft op het werk van zzp'ers en oproepkrachten. Als deze mensen niet in hun inkomen ondersteund worden dat blijft er straks geen sector meer over, behalve lege gebouwen met bureaupersoneel en enkele grote gesubsidieerde gezelschappen in de podiumkunsten.

In deze korte animatie zetten we de cijfers nog eens op een rij. 

Er zit nog rek in de maatregelen. Politici laat het de kant van de werkenden op rekken, voordat het te laat is.  

Reageer