terug

Zorgen en lof over het nieuwe steunpakket

Zorgen en lof over het nieuwe steunpakket

Het kabinet presenteert een derde algemeen steunpakket, en een tweede aanvullend pakket voor cultuur. Logisch en broodnodig want de culturele en creatieve sector wordt bovengemiddeld hard geraakt door de coronacrisis. Hoe vanzelfsprekend zo’n pakket ook lijkt, steun komt er niet zonder slag of stoot. Jezelf verenigen was een must om een serieuze gesprekspartner te zijn.

 

De Kunstenbond heeft intensief samengewerkt, gelobbyd en actiegevoerd met de Creatieve Coalitie, de Taskforce, Cultuur in actie, de evenementenalliantie en vele anderen. Met als resultaat: 482 miljoen extra steun voor de periode oktober 2020 tot juli 2021! Minister Van Engelshoven verdient steun en lof hiervoor. Het is een groot politiek succes. Ook de publieke omroep krijgt extra geld, 19 miljoen vanwege corona-kosten.

Je weet pas wat je mist als het er niet is. Door corona werd dat voelbaar voor iedereen: de deuren sloten, het doek viel. Het Centraal Planbureau (CPB) wijst het kabinet naast kille cijfers niet voor niets ook op datgene waarop we als samenleving moeten inboeten: kwaliteit van leven. Tegelijkertijd toont de sector zich veerkrachtig met het vinden van nieuwe vormen en initiatieven. “De culturele en creatieve sector is in tijden van crisis misschien wel belangrijker dan ooit”, zo opent de brief over het aanvullende pakket. Cultuur doet er weer toe in Den Haag.

Als we kijken naar het cultuurpakket dan zijn er drie hoofdlijnen:

•       200 mln. voor cruciale landelijke infrastructuur, kunstenaars en creatieve professionals;

•       64 mln. voor specifiek cultuurbeleid;

•       218 mln. voor cruciale lokale infrastructuur.

De 200 miljoen zijn bestemd voor culturele instellingen die van cruciaal belang zijn voor de landelijke infrastructuur, en voor kunstenaars en creatieve professionals, bedoeld voor innovatie en transitie van werkwijzen en verdienvermogen. Ook de Raad voor Cultuur speelt hierin een rol, de Raad wil de minister adviseren bij het verdelen van het geld. Over de precieze besteding moet nog met het veld overlegd worden, uiteraard ook met de Kunstenbond. Dat overleg staat hoog op onze agenda om te zorgen dat extra middelen terecht komen bij de mensen die het werk doen.

Het pakket van 64 miljoen voor specifiek beleid is een optelsom van losse maatregelen. Er is 14 miljoen overbruggingssubsidie gereserveerd voor instellingen die nu meerjarig gesubsidieerd worden, maar na 1 januari niet meer, ondanks een positieve beoordeling. Deze instellingen zouden anders meteen met een hele harde overgang te maken krijgen: van rijkssteun naar geen steun in een onvoorspelbaar en onzeker klimaat vanwege corona. Over het lot van de positief beoordeelde, maar afgewezen aanvragen bij het Fonds Podiumkunsten (FPK) vanwege het geschuif met budgetten en functies in het nieuwe kunstenplan, wordt op Prinsjesdag beslist. Dan 20 miljoen voor private musea en kunstcollecties van nationaal belang, plus 15 miljoen voor behoud van varend erfgoed. Tot slot 15 miljoen voor een garantiefonds filmproducties om coronarisico’s op te vangen, en het opstarten van pilots om wendbaarheid en weerbaarheid van de sector te vergroten.

Provincies krijgen 8 miljoen compensatie van het Rijk, gemeentes 60 miljoen. Daarnaast is 150 miljoen voor gemeenten uitgetrokken voor in stand houden van lokale infrastructuur, zoals podia, ateliers, en oefenruimtes.

Naast het cultuurpakket komt er ook een derde algemeen steunpakket. Dit pakket kent ook drie lijnen:

•       Voortzetten van de steun aan werknemers, zelfstandigen en bedrijven;

•       Investeringen;

•       Een aanvullend sociaal herstelpakket.

Het karakter van het derde algemene steunpakket voor ondernemers en werkenden verandert ten opzichte van de eerste twee pakketten, het verschuift van behoud naar aanpassing. Waar het bij steunpakketten 1 en 2 vooral ging om het behouden van werk en inkomen, richt het derde pakket zich meer op aanpassing van ondernemers en werkenden aan de situatie. Dat gaat voor werknemers tot meer reorganisaties en ontslagen leiden, en mogelijk ook tot loonoffers.

De ondersteuning voor zzp’ers wordt voortgezet met TOZO 3, maar wordt ook verder aangescherpt en gaat steeds meer op de reeds bestaande bijstand voor zelfstandigen lijken (BBZ). Er komt een vermogenstoets bij. De grens ligt op 46.520 euro “vrij” vermogen, zit je daarboven dan heb je geen recht op TOZO. Bedrijfsvermogen, eigen huis en een vastgezet pensioenpotje voor je oude dag blijven buiten beschouwing bij de vermogenstoets. De bij TOZO 2 geïntroduceerde partnertoets (die nogal strijdig is met het kabinetsdoel om economische zelfstandigheid te vergroten) blijft. Alle beperkingen die al in TOZO 1 zaten blijven ook. Zoals de opmerkelijke beperking dat als je partner ook zzp’er is, je samen minder geld ontvangt, en je moet ondernemer zijn en voldoen aan het urencriterium van 1225 uur.

De TOZO blijft bovendien een regeling om je inkomen aan te vullen tot het sociaal minimum. Vergelijk het eens met de startersregeling zzp van het UWV om vanuit de WW een bedrijf te starten. Dan ontvang je 6 maanden minimaal het sociaal minimum, en mag je meer verdienen zonder gekort te worden. Dat perspectief zou de TOZO ook moeten bieden.

Het investeringsfonds, in de media ook wel het Wopke Wiebes fonds genoemd, mikt op het vergroten van het verdienvermogen van Nederland, het kabinet komt nog met een nadere uitwerking. Via het aanvullend sociaal pakket komt er 1,4 miljard beschikbaar voor (om)scholing en betere begeleiding van werk naar werk. Hierbij wordt ook een link gelegd naar middelen uit het Europese steunpakket om de gevolgen van de coronacrisis op de arbeidsmarkt te bestrijden. Dat is zeker nodig voor de groep die tussen wal en schip valt: geen werk, geen baan en geen ondersteuning.

ZZP’ers, freelancers, mensen met tijdelijke contacten, oproepkrachten, fictieve dienstverbanden - het zijn er nogal wat - vangen de grootste klappen op. Terwijl zij vaak geen of onvoldoende een beroep kunnen doen op steunmaatregelen zoals loondoorbetaling (NOW), of inkomensondersteuning (TOZO), of WW. Dat is zorgelijk en onrechtvaardig.

Ook komen te veel kleine (zzp-)bedrijven vanwege de voorwaarden niet in aanmerking voor de tegemoetkoming vaste bedrijfskosten (TVL). De eerder gesignaleerde knelpunten in het derde generieke pakket zoals ontbrekende SBI-codes en vestigingseisen worden niet opgelost.

De situatie bij veel zelfstandigen in de culturele en creatieve sector is zeer nijpend schrijft onze minister in haar brief over het tweede corona-pakket cultuur. Ze heeft gelijk. Er is maatwerk nodig in het beleid, en al helemaal in de culturele en creatieve sector. Algemeen beleid pakt vaak niet goed uit of mist zijn doel. Voorbeeld: het behouden van banen via loonsubsidie (NOW) in een sector waarvan 60% van de werkenden niet in loondienst werkt.

Nog een voorbeeld. Het kabinet wil volgens al uitgelekte Prinsjesdagplannen in de miljoenennota extra gaan bezuinigen op de zelfstandigenaftrek. Dat was al zorgelijk, maar nu helemaal. De zelfstandigenaftrek wordt al stapsgewijs verlaagd van 7280 euro naar 5000 euro, maar dat gaat naar 3.200 euro. Met als belangrijk argument het verkleinen van de verschillen met werknemers. Rapporten over de toekomst van de arbeidsmarkt die dit bepleiten, nieuwe regels over wanneer je wel mag werken als zzp’er en wanneer niet werpen hun schaduw vooruit. Maar de ene zzp’er is de andere niet. Denk aan scheppende kunstenaars zoals auteurs, beeldend kunstenaars en filmmakers, hun werkwijze laat zich niet vergelijken met banen van werknemers. Maar ze worden wel geraakt door bezuinigingen op de zelfstandigenaftrek.

De coronacrisis laat scherp zien hoe onvolkomen de culturele arbeidsmarkt is. Daarom is uitvoering van de arbeidsmarktagenda[1] en het naleven van de Fair Practice Code belangrijker dan ooit. Gelukkig zet de minister ook stappen om de structurele weeffouten recht te breiden door Platform Arbeidsmarkt Culturele en Creatieve Toekomst (Platform ACCT) te ondersteunen bij de uitvoering van de arbeidsmarktagenda. Samenwerking en structuurverbetering zijn de sleutel om duurzaam verder te komen en de positie van werkenden te verbeteren.

Iedereen beseft dat ook de culturele en creatieve sector niet ongeschonden uit deze crisis zal komen. Wij ook. Dat we daarbij solidariteit vragen van overheid en opdrachtgevers met de werkenden die de gevolgen van de crisis het hardste voelen steun lijkt ons niet meer dan fair.

Onze agenda voor de komende tijd:

•       Het maken van afspraken met de minister over besteding van de gereserveerde 200 miljoen

•       Het maken van afspraken met werkgevers en opdrachtgevers over voorwaarden, tarieven en opdrachten

•       Lobby over aanpassing van de kabinetsplannen, zoals de knelpunten in het generieke pakket en over de zelfstandigenaftrek

•       Het maken van afspraken over bijscholing en omscholing

•       Arbeidsmarktagenda uitvoeren en Fair Practice Code naleven

De Kunstenbond en de Creatieve Coalitie vragen herhaaldelijk aandacht voor de bijzondere positie van kunstenaars en creatieve professionals. Dat zullen blijven we doen.

 

Kamerbrief Steun- en herstelpakket

Kamerbrief over 2e steunpakket culturele en creatieve sector



[1] Zie de pagina van de Kunstenbond hierover https://www.https://www.kunstenbond.nl/arbeidsmarktagenda

 en de site van Platform ACCT https://www.platformacct.nl/

Reageer